Een identiteitscrisis

 

‘Ik houd niet van nazi’s‘, vertelt de 19-jarige Dennis aan de politierechter. Dennis heeft zonder enige reden een jongen die op soldatenkistjes liep, een klap heeft gegeven. Ik houd niet van mensen die groepen buiten sluiten, vult hij aan alsof er aan zo’n zinloze klap nog iets te rechtvaardigen valt. Rechter Veldhuijzen kijkt verbaasd. Wie is hier nou de nazi zou het beste antwoord zijn. Maar de rechter beperkt zich tot een bijzonder vinnig ‘Jij wist helemaal niet wat die jongen dacht’.

Die jongen op kistjes is flink gestraft. Die ene klap, nota bene met de vlakke hand geslagen, kostte hem een gescheurd trommelvlies. Dennis ziet er in een vale spijkerbroek op versleten sportschoenen helemaal niet uit als een geweldenaar. Hij is een magere, rustige jongen die niet aan het succesvolste half jaar uit zijn tot dan toe tamelijk probleemloze leven bezig was.

juwelier

In dat half jaar tijd pleegde hij vier strafbare feiten. Deze klap in Mijdrecht was de ergste maar de andere drie waren ook amateuristisch uitgevoerd en hadden heel erg fout kunnen aflopen. Twee maanden voor de klap kocht hij voor 50 euro een partijtje sieraden. Hij ging ermee naar een juwelier waar hij vol vertrouwen zijn adres achterliet. De juwelier wist dat de sieraden een paar dagen eerder bij een inbraak waren gestolen en schakelde de politie in.

Een paar maanden later stond Dennis met een vals 100-dollarbiljet aan de balie van het grenswisselkantoor. In plaats van weg te rennen wat toch de gebruikelijke procedure is op het moment dat het personeel met het biljet naar achteren loopt, bleef hij rustig staan en werd opgepakt. Twee maanden later reed hij op de eerste dag dat hij zonder helm onverzekerd met zijn nieuwe brommer tegen een auto aan. Hij rende dit keer wel weg in plaats van de komst van de politie af te wachten.

manipulatief

De reclassering noemt hem stuurloos en manipulatief en rapporteert dat Dennis weigert mee te werken aan een behandeling. Een werkstraf lijkt de reclassering zinloos omdat Dennis zich toch niet aan zijn afspraken houdt.

Gevangenisstraf dreigt met zo’n rampzalig reclasseringsrapport. Dennis vertelt de rechter dat het allemaal is gekomen door de dood van zijn vader. Hij inmiddels veranderd is met behulp van zijn familie op het rechte pad en wil ook weer naar school. Hij heeft nog weinig op gang gezet omdat deze rechtszaak als ene loden last op boven zijn hoofd hing.

De Ronday vertelt dat Dennis door zijn vader was onterft en niet was bedeeld in de erfenis. De Ronday heeft de zaak aangevochten en gewonnen. De jongen krijgt zijn erfdeel, maar de advocaat kan zich voorstellen dat hij in die periode enigszins in de war was.

Een identiteitscrisis begrijpt de officier die de kans aangrijpt om onder het advies van de reclassering uit te komen en toch een werkstraf te eisen. Een maximale werkstraf reclasseringscontract heeft toch geen zin. Rechter Veldhuijzen is het er wel mee eens. Maar ze gebruikt haar uitspraak om nog even forse waarschuwing. ‘Andere jongens veranderen in moordenaars door dit soort klappen’, geeft ze Dennis nog mee. (JS)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *