Een voorwaardelijke straf die indruist tegen ieders rechtsgevoel

Utrecht-20120424-00168UTRECHT – ”Ik ben al veroordeeld. Ik heb net 13 maanden gezeten. Ze hadden deze zaak toen moeten behandelen. Ik vind het belachelijk dat ik nog een keer voor moet komen.”  De 25-jarige Abderman B. zegt het tegen de politierechter op een harde vijandige toon. Het zal hem op iets andere manier wel zijn ingefluisterd door zijn advocaat Maarten Meulemeesters, want juridisch klinkt het verstandig.

joyriding

B. is namelijk al in hoger beroep veroordeeld tot 16 maanden waarvan 3 voorwaardelijk voor het stelen van een politieauto en joyriding. Hij was ladderzat toen hij in een politiewagen stapte en daarmee wegreed. Hij zei dat hij in paniek raakte toen de politie een schot loste. Hij botste tegen een andere auto en scheurde weg.

En nu moet B. nog voorkomen voor de verkeersdelicten  die hij heeft gepleegd. Hij reed zonder rijbewijs door na een aanrijding. Ergens binnen het openbaar ministerie heeft iemand besloten om die feiten afzonderlijk te behandelen. En ze zijn wel erg lang blijven liggen, moet ook de officier van justitie toegeven. De officier denkt dat er misschien wel een maand extra was opgelegd wanneer deze zaken meteen mee waren genomen. Hij eist 20 uur werkstraf en twee weken voorwaardelijk.

autotechniek

Raadsman Meulemeesters betoogt dat nu nog een veroordeling indruist tegen ieders rechtsgevoel. B. is net vrij het moet een keer klaar zijn, stelt Meulemeesters.  Rechter Ficq deelt dat rechtsgevoel in ieder geval niet. Ficq is het met de officier eens dat B. wel veroordeeld kan worden. Om B., die zo druk is het zoeken van een baan in de autotechniek ook nog een straf te laten uitvoeren, noemt de rechter niet zinvol. Hij legt een maand voorwaardelijk op. (JS)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *