Columnist advocaat Maarten Meulemeesters noemt de nieuwe wet processtukken een valse belofte

maartenmeulemeesters

door Maarten Meulemeesters

Het Openbaar Ministerie kan mijn briefjes straffeloos blijven negeren

De nieuwe wet processtukken: een valse belofte!

Per 1 januari 2013 is de veelbelovende wet processtukken in strafzaken in werking getreden. Uiteraard hadden we al een artikeltje in het wetboek van strafvordering dat hierop leek, maar deze wet lijkt écht beter. De verdachte -en daarmee ook zijn advocaat- kan nu al in het voorbereidend onderzoek kennisnemen van bepaalde processtukken door een verzoek te richten aan de officier van justitie. Dit recht komt hem in elk geval toe vanaf het eerste verhoor na aanhouding.

hamer

Ik wil aan de hand van twee voorbeeldjes beschrijven hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Een voorbeeld van vóór de invoering van de wet processtukken en één van na de invoering.

Ergens halverwege 2012 bezocht ik mijn cliënt op het politiebureau. Hij was aangehouden op verdenking van mishandeling en bedreiging. Mijn cliënt was de eindeloze geluidsoverlast van zijn buren zo zat dat het hem raadzaam leek om zijn betoog wat kracht bij te zetten met een hamer. Echt veel indruk maakte het niet, omdat zijn kop-grotere buurman al snel de hamer uit zijn handen had gepakt en de tegenaanval had ingezet. Resultaat: een cliënt met een gat in zijn hoofd.

In feite waren de rollen dus omgedraaid: de dader was het slachtoffer geworden. Mijn cliënt komt mogelijk een beroep op zelfverdediging toe. Het lijkt mij daarom nodig om in een zo vroeg mogelijk stadium de buurman als getuige te horen. Maar niet voordat ik de aangifte en eventuele andere verklaringen heb gelezen!

getuigen

Op 18 juli 2012 diende ik een verzoek om getuigen te horen bij de rechter-commissaris in inclusief het verzoek om de processtukken te verkrijgen. Ik kreeg een ontvangstbevestiging terug. Op 9 augustus heb ik een rappel gestuurd of er al een beslissing op mijn verzoek was genomen. Het bleef windstil.

Na verschillende malen gebeld te hebben stuurde ik op 5 december nog maar eens een rappel. Op 19 december kwam het verlossende antwoord: de officier van justitie heeft de stukken laten archiveren. “Indien het definitieve proces-verbaal van de politie gereed is en de officier van justitie heeft een beslissing genomen kunt u t.z.t. opnieuw een verzoek indienen bij de rechter-commissaris.” Het verzoek werd afgewezen. Daag processtukken! Daag effectieve verdediging!

Wet Processtukken

Godzijdank is er nu de Wet Processtukken. Eind januari bezocht ik een cliënt, verdacht van het exploiteren van een hennepkwekerij. Met goede hoop zond ik op 31 januari een verzoek naar de officier van justitie om kennisneming van de processtukken. Voor de liefhebber: artikel 30 lid 1 Wetboek van Strafvordering.

De reactie was een teleurstellende standaardbrief (gedateerd 18 februari 2013). Het vakje dat was aangekruist werd gevolgd door de tekst: “De door u genoemde zaak is bij het Openbaar Ministerie niet bekend.” Zonde. Op naar lid 2 van artikel 30! Want de rechter-commissaris kan, indien de officier kennelijk weigert om kennisneming te verlenen, een termijn stellen waarbinnen dit alsnog moet gebeuren. Op 20 februari vroeg ik dit dan maar. Ik wacht eigenlijk – ondanks diverse rappels – nog steeds op antwoord…

algemene bekendheid

Maar alvast anticiperend op mijn opnieuw teleurstellende antwoord: goed, stel je voor, ik krijg mijn termijn. De officier moet bijvoorbeeld binnen twee weken de processtukken verstrekken. Wat gebeurt er als hij het niet doet? De wet voorziet namelijk op geen enkele manier in adequate rechtsgevolgen.

Het Openbaar Ministerie kan mijn briefjes straffeloos blijven negeren. Intussen tikt de klok door. Het is een feit van algemene bekendheid dat het geheugen van mensen naarmate de tijd vordert achteruit gaat. Er is dus soms een groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium inzicht in de verdenking te krijgen en aan de verdediging te beginnen. Hier zou de wet processtukken aan moeten bijdragen! Maar kennelijk zijn er geen maatregelen genomen bij het OM en de politie om tegemoet de komen aan de bedoeling van de wetgever. Kortom, een valse belofte!

Ik ben benieuwd naar de ervaringen van mijn confrères en collega’s en nodig ze uit om te reageren op mijn column.

Maarten Meulemeesters is advocaat bij Van Boom Advocaten in Utrecht. Meulemeesters stond dit jaar onder meer een van de Roemeense ecortkillers bij en ook Mohamed K., bekend van de Breukhovense kluisroof.

2 gedachten over “Columnist advocaat Maarten Meulemeesters noemt de nieuwe wet processtukken een valse belofte”

  1. Bovenstaande opvattingen getuigen mijns inziens van een onjuist begrip van de nieuwe wetgeving. Sla de Memorie van Toelichting er maar op na en u zult lezen dat het NIET de bedoeling is (geweest) om de verdachte / verdediging meer recht op kennisneming van processtukken te verlenen dan op grond van geldende jurisprudentie thans het geval is.

    Anders dan u stelt, bepaalt art. 30 lid 2 Sv niet dat de RC een termijn kan stellen waarbinnen de OvJ kennisneming dient te verlenen. De RC kan op grond van dat lid bepalen binnen welke termijn de OvJ op het verzoek tot kennisneming dient te beslissen en in dat verband wordt de OvJ door de RC gehoord. De OvJ moet immers – bijvoorbeeld – kunnen bepalen of de verzochte kennisneming niet indruist tegen het belang van het onderzoek.

    De RC komt pas als inhoudelijke beslisser betreffende het verzoek om kennisneming in beeld in art. 30 lid 4 Sv, dus pas nadat de OvJ kennisneming heeft geweigerd en de advocaat daartegen een bezwaarschrift heeft ingediend.

    De “nieuwe wet processtukken”, zoals u deze noemt, is dus geen valse belofte. U zou de wet (en daarop betrekking hebbende MvT) alleen wat beter moeten lezen.

  2. Geachte heer/mevrouw Naamloos,

    Hartelijk dank voor uw positieve suggestie! Ik heb uw advies ter harte genomen en de wet (en daarop betrekking hebbende MvT) beter gelezen.

    Artikel 30 lid 2 Sv luidt (op 5 april 2013 volgens wetten.nl): “Indien de officier van justitie in gebreke blijft de kennisneming te verlenen, kan hem op verzoek van de verdachte door de rechter-commissaris een termijn worden gesteld binnen welke de kennisneming van processtukken wordt verleend. Alvorens op het verzoek te beslissen, hoort de rechter-commissaris de officier van justitie.”

    “Wordt verleend”. Niet “kan worden worden verleend”. Ook niet “waarbinnen de officier van justitie op het verzoek tot kennisneming dient te beslissen”.

    Na betere lezing van de MvT (Kamerstukken II 2009-10, 32468, nr. 3 (MvT), p. 19-20) vond ik (opnieuw) onder meer de volgende passage: “De huidige wettelijke regeling biedt de verdachte in dergelijke situaties niet altijd een adequaat middel om het hem toegekende recht tot kennisneming van de processtukken te effectueren (vgl. ook R.H. Hermans, «Kennisneming van processtukken in het voorbereidend onderzoek in strafzaken», DD 2009, 39). Het wetsvoorstel beoogt hierin verandering te brengen. Daartoe wordt de verdachte, indien aan zijn verzoek om inzage geen of, naar zijn oordeel, ontoereikend gevolg wordt gegeven, de mogelijkheid geboden om de rechter-commissaris te verzoeken om de officier van justitie te bevelen binnen een bepaalde termijn alsnog inzage te verlenen.”

    Na betere lezing werd mij dus eigenlijk maar één ding duidelijk: u kunt beter Naamloos blijven!

    Maarten Meulemeesters

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.