Schouwarts vrijgepleit

amsterdamAMSTERDAM -Het gerechtshof beslist dat het Openbaar Ministerie hoeft niet over te gaan tot vervolging van politiemensen en de schouwarts die betrokken waren bij de dood van Ishan Gürz  op 3 juli 2011.

De 19-jarige Gurz  overleed nadat hij zich na een vernieling tegen aanhouding door de politie verzette. Bij de aanhouding is het nodige geweld toegepast. Na verblijf in een politiecel is hij in het ziekenhuis overleden, naar alle waarschijnlijkheid aan de gevolgen van een niet gediagnostiseerd geagiteerd cocaïnedelirium.

doodslag

De schouwarts en de politie valt niets te verwijten volgens het hof.
De vader van de overledene had aangifte gedaan van doodslag, dood door schuld, mishandeling met de dood tot gevolg en verlating van een hulpbehoevende.

nabestaanden

Het OM oordeelde dat zowel de politieagenten die hem aanhielden, als de arrestantenbewaarders, als de arts die hem in de politiecel bezocht strafrechtelijk niets te verwijten valt. De nabestaanden zagen dit anders en dienden daarom een artikel 12-klacht in bij het hof.

Het hof oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is geweest en dat daarin onvoldoende feiten naar voren zijn gekomen die erop wijzen dat de betrokken politiemensen en forensisch arts een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Dat betekent dat het hof van oordeel is dat de beslissing van het OM juist was en dat er geen vervolging ingesteld moet worden. Daarmee is de beslissing van het OM nu ondersteund door een gerechtelijk oordeel.

agressief

Omdat Gürz zeer agressief was, gebruikte de politie geweld om hem onder controle te brengen en te houden. Hij werd in een observatiecel geplaatst gezien het opvallende gedrag dat hij vertoonde en het vermoeden dat hij onder invloed van verdovende middelen was.

De Rijksrecherche onderzocht in 2011 onder leiding van het OM het handelen van de politie en het optreden van een arts, die hem in zijn cel bezocht. Het OM  stelde na dit onafhankelijke onderzoek vast dat de door de politie verrichte handelingen noodzakelijk waren. Het letsel is allemaal verklaarbaar, hetzij door het reanimeren, hetzij door het gedrag van Gürz in zijn cel.

cocaine

Sectie bij het NFI wees uit dat Gürz het meest waarschijnlijk is overleden aan een combinatie van fors cocaïnegebruik en hartfunctiestoornissen. Vermoedelijk had hij een zogeheten geagiteerd cocaïnedelirium. Ook andere deskundigen hebben deze conclusie getrokken. Het Openbaar Ministerie constateert dat de arts weliswaar de symptomen van dit geagiteerd deliriumsyndroom niet tijdig heeft onderkend en dat hij erg afwachtend was, maar dit levert geen verwijt op dat onder de reikwijdte van het strafrecht valt.

De nabestaanden waren het niet eens met de beslissing van het OM geen vervolging in te stellen en dienden een artikel 12-klacht in. Het hof heeft het dossier alsmede aanvullende (forensische) stukken bestudeerd en constateert net als het OM dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat sprake is van een strafbaar feit.

Het OM betreurt de eenzijdige berichtgeving die in deze zaak heeft plaatsgevonden. Omdat de art. 12-procedure liep konden zowel het OM als de politie niet op de zaak ingaan. Het eenzijdige beeld dat is geschetst heeft grote invloed gehad op de betrokken agenten.(andereverhalenuitderechtbank.nl)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *