Bedreiging medewerkers spoedeisende hulp

arnhem-20130306-00475

ARNHEM – De rechtbank veroordeelt een 29-jarige man uit Apeldoorn veroordeeld die in juli 2015 op de eerste hulp van het Gelre Ziekenhuis in Apeldoorn een arts en een verpleger heeft bedreigd en vernielingen heeft aangericht. Aan hem is een gevangenisstraf van 120 dagen opgelegd, waarvan 43 dagen voorwaardelijk. Ook moet de verdachte schade vergoeden die het ziekenhuis niet door de verzekering vergoed heeft gekregen.

Hulpverleners

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat naar de ervaring leert, delicten als het onderhavige veelal de oorzaak zijn van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij de directe slachtoffers. Zij dragen bovendien bij aan in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid. Des te kwalijker vindt de rechtbank het dat de door verdachte geuite bedreiging was gericht tegen hulpverleners die hem de nodige zorg wilden verlenen en op een voor velen toegankelijke plaats namelijk de spoedeisende hulp van een ziekenhuis; een plaats bovendien waar zich kwetsbare personen  bevinden.

Buschauffeur die collega doodreed hoort dezelfde eis in hoger beroep

lijnbusARNHEM –N De advocaat-generaal  eist een voorwaardelijke geldboete van € 500 en een voorwaardelijke rijontzegging van twee maanden met een proeftijd van 2 jaar tegen een inmiddels 46-jarige man uit de gemeente Oudewater. In de visie van het OM heeft hij als buschauffeur op 4 augustus 2013 in Maarssen een ongeval veroorzaakt ten gevolge waarvan een collega-buschauffeur overleed.

Op de bewuste dag was het latere slachtoffer bij het busstation in Maarssen met de verdachte aan het dollen door pogingen te doen hem nat te maken met een flesje water. Om dit te voorkomen en omdat het tijd was om te vertrekken heeft verdachte zijn bus gestart en is hij weggereden van de bushalte. Het slachtoffer bevond zich op dat moment nog in de nabijheid van de bus. Buiten het zichtveld van de verdachte probeerde het latere slachtoffer in gebukte stand de deur van de bus te openen met behulp van de noodknop aan de buitenzijde bij de deur. Hij is, bij het wegrijden van de bus, onder het rechtervoorwiel terechtgekomen. Het slachtoffer overleed ter plaatse.

De advocaat-generaal vindt dat er onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is om te stellen dat verdachte in strafrechtelijke zin schuld heeft aan het ongeval. Uit de specifieke feiten en omstandigheden is niet af te leiden dat verdachte gehandeld heeft met een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Wel vindt de advocaat-generaal dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt door niet te stoppen terwijl hij wist of in ieder geval behoorde te weten dat het slachtoffer zich in de nabijheid van de bus bevond. “Verdachte heeft met zijn gedragingen gevaar veroorzaakt op de weg. Het gevaar bestond er uit dat voorafgaand aan het wegrijden het slachtoffer voor de bus langs liep, van de bestuurderskant naar de deur aan de andere kant. Verdachte had redelijkerwijs kunnen vermoeden dat het slachtoffer daar nog stond.” Met deze bewezenverklaring is sprake van eenovertreding en niet van een misdrijf hetgeen de relatief lage strafeis tot gevolg heeft.

De rechtbank veroordeelde de verdachte, conform de eis van de officier van justitie, tot dezelfde straf als die vandaag in hoger beroep is geëist. De verdachte stelde hoger beroep in.

De uitspraak is over twee weken.

Uitreizigers voorgeleid

paspoortUTRECHT – De officier van justitie geleidt twee jongeren die waren uitgereisd en in Bulgarije zijn aangehouden, voor aan de rechter-commissaris.

Het betreft een 18-jarige jongen uit Almere en een 17-jarig meisje uit Utrecht. Op vrijdag 2 oktober deden de ouders van het meisje aangifte van vermissing. Diezelfde dag meldden de ouders van de jongen uit Almere dat zij het vermoeden hadden dat hun zoon wilde uitreizen. Tegen hem werd een Europees Aanhoudingsbevel uitgevaardigd.

Op maandag 5 oktober kwam er een melding vanuit de Bulgaarse autoriteiten dat de jongen uit Almere samen met de jongen uit IJmuiden was aangehouden bij de grens van Bulgarije en Turkije. Zij reisden per bus; in de bus zat ook het 17-jarige meisje uit Utrecht dat daarop ook werd aangehouden.

Vorige week keerden zij terug uit Bulgarije, vrijdag 23 oktober werd hun aanhouding getoetst en rechtmatig bevonden. Ze worden verdacht van deelname aan een organisatie met als oogmerk het plegen van terroristische misdrijven.

Een onbetrouwbare dakdekker die vindt dat hij bij de civiele rechter thuis hoort

20150210_144909(0)UTRECHT – Als ik niet in de gevangenis was gezet,  dan was alles opgelost geweest. Maar nu is de schade bij die ontevreden klanten alleen maar groter geworden. Dat is de verdedigingslijn waar de verdachte dakdekker Gerrit ter H. zich achter verschanst heeft in de rechtbank.

dakdekker

Tientallen aangiften liggen er tegen hem. Hij is een dakdekker van het brutale soort. Hij speculeert erop dat niemand weet hoe zijn eigen dak eruit ziet. De 44-jarige Gerrit staat al op je dak als je thuis komt.

Een 75-jarige vrouw zag hem in haar tuin toen hij al een schuurtje aan het slopen was. Hij sloopt het schuurtje half. Gerrit vroeg voorschotten van duizenden euro’s om materiaal te kopen. De oudere vrouw betaalde zoals veel klanten grif de voorschotten en H.liet zich vervolgens nooit meer zien.

Meer dan een miljoen heeft hij opgehaald en nauwelijks 70.000 euro uitgegeven aan materiaal.  Er kwamen klachten H. moest twee jaar geleden bij de officier komen. Hij beloofde alles op te lossen. Hij zou geld terug betalen en klussen afmaken.

De officier liet hem los, maar een jaar later haalt de officier Gerrit toch weer naar binnen. Met een paar klanten zijn er betallingsregelingen getroffen. Maar er is geen stuiver betaald door Gerrit. En er zijn ook weer nieuwe klachten.

De officier ziet bewijs voor 17 gevallen van oplichting.  Advocate Kitty Oomen is  dit helemaal geen oplichting. Zij betoogt dat alle zaken bij de civiele rechter thuis horen. Maar de strafrechter is het met de officier eens. Gerrit krijgt 2 jaar waarvan 8 maanden voorwaardelijk. (rechtbankblog)

Celstraf voorganger Jezus centrum

arnhem-20130306-00475ARNHEM – De 51-jarige Johan K.  uit Nijkerk is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, voor mensenhandel en faillissementsfraude.

De man heeft onder het mom van het bieden van dagbesteding en begeleiding aan personen met psychosociale of verslavingsproblemen naar Bijbelse normen, mensen volledige werkdagen  fysiek zware arbeid laten verrichten zonder hen hiervoor te betalen. 

De personen accepteerden dit, omdat zij zich in een volstrekt ongelijkwaardige positie bevonden door hun verslavingsproblematiek, schulden en leefsituatie. De personen werden bij een ‘rehabilitatie’-stichting ondergebracht. Zij moesten daar intern wonen, hun geld laten beheren, een zorgprogramma volgen en werden afgeschermd van de buitenwereld. Hierdoor ontstond een afhankelijkheidssituatie waaraan het voor de personen in redelijkheid niet mogelijk was om zich te onttrekken. Wie weigerde om het programma van de stichting te volgen en te werken bij de keukenbladenfabriek of winkel voor vloeren van de man kon vertrekken en stond feitelijk op straat. Zonder onderdak of contacten buiten de stichting, met schulden en geen enkel inzicht in of grip op de persoonlijke financiële situatie. K. heeft op deze wijze misbruik gemaakt van het hierdoor ontstane overwicht en van de kwetsbare positie van deze personen.

Faillissementsfraude

K. heeft zich ook schuldig gemaakt aan faillissementsfraude. De man heeft in de periode vlak voor het faillissement van zijn keukenbladenfabriek een behoorlijke afwikkeling van het faillissement gefrustreerd, waardoor de schuldeisers van de fabriek zijn benadeeld.

Vrijspraak PGB-fraude
De rechtbank heeft de man vrijgesproken van de feiten die zagen op de fraude met de Persoonsgebonden Budgetten en Bijstandsuitkeringen. Op basis van de stukken uit het dossier kan niet worden vastgesteld dat PGB-formulieren valselijk waren ingevuld. Daarnaast is niet gebleken dat de man zelf of als leidinggevende van de stichting bemoeienis had met het (valselijk) invullen van bijstandsuitkeringsformulieren. Ook heeft de rechtbank hem vrijgesproken van het bezit van een op een echt vuurwapen gelijkend neppistool.

In het voordeel van de man heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat hij nog niet eerder is veroordeeld voor dit soort feiten en met het feit dat de zaak heeft geleid tot veel publiciteit rondom de man. Hoewel hij die publiciteit mede door zijn eigen handelwijze over zichzelf heeft afgeroepen, maar aan de andere kant is de man in zekere zin gebrandmerkt, ook aangaande verwijten die de rechtbank niet heeft kunnen bewijzen. De impact van deze ernstige beschuldigingen op de man en zijn privéleven heeft de rechtbank meegewogen.

Lagere straf dan eis
De rechtbank heeft een aanzienlijk lichtere straf opgelegd dan de gevangenisstraf van 3,5 jaar die door de officier van justitie was geëist, ook omdat de rechtbank de man van een deel van de feiten heeft vrijgesproken. (andereverhalenuitderechtbank.nl)

lees ook 

3 maanden voorganger Jezus

Levenslang de negatieve gevolgen van een zedenmisdrijf

hoger beroepARNHEM – De advocaat-generaal  eist 22 maanden jeugddetentie en een PIJ-maatregel (jeugd-TBS) voor een periode van drie jaar geëist tegen een inmiddels 21-jarige man uit Nijmegen.

In de visie van het OM heeft hij zich schuldig gemaakt aan het seksueel binnendringen bij een elf- en twaalfjarig meisje en grooming  ten aanzien van dezelfde meisjes en een veertienjarig meisje. Daarnaast heeft verdachte naaktfoto’s van alle drie de slachtoffers verworven en in bezit gehad. Daarmee heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno, zo vindt het OM.

De strafbare feiten vonden plaats in de zomer van 2014 in Nijmegen. De advocaat-generaal:“Verdachte heeft drie meisjes van wie hij wist dat ze minderjarig waren onder grote druk gezet nadat hij foto’s van hen had gekregen om seks met hem te hebben. Verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van deze meisjes en van zijn grote overwicht door het leeftijdsverschil. Verdachte heeft hen aangezet tot seksuele poses en handelingen nadat hij hun vertrouwen had gewekt en heeft hen vervolgens daarmee op grove wijze gechanteerd. Ook heeft hij twee meisjes daadwerkelijk misbruikt.”

Verdachte was ten tijde van de delicten twintig jaar oud. De adviezen van een psycholoog en psychiater gaan uit naar toepassing van het minderjarigenstrafrecht bij deze verdachte. Gezien zijn persoonlijkheid en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, is ook het OM van oordeel dat hetjeugdstrafrecht moet worden toegepast.

De advocaat-generaal vindt dat alleen een celstraf van aanzienlijke duur recht doet aan de ernst van de feiten en het leed dat is aangericht. “Van slachtoffers van zedenmisdrijven is bekend dat zij nog zeer lang, soms hun hele leven lang, de negatieve gevolgen van hetgeen hen is overkomen met zich meedragen. Verdachte heeft ervoor gezorgd dat zij niet in hun eigen tempo met een leeftijdgenoot hun seksualiteit hebben kunnen ontdekken. Verdachte heeft enkel gedacht aan bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Daar komt bij dat verdachte eerder was veroordeeld voor een groomingfeit en daarvan nog in een proeftijd liep. Dit heeft hem er niet van weerhouden zich opnieuw aan soortgelijke feiten en verkrachting schuldig te maken.”

Verdachte is gedragskundig onderzocht. Uit deze onderzoeken blijkt dat verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis en aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. De kans op herhaling wordt als hoog ingeschat. De onderzoekers adviseren tot oplegging van de PIJ-maatregel. Dit advies neemt de advocaat-generaal over. “Verdachte heeft een intensieve klinische behandeling nodig. Een ambulante behandeling biedt teveel ontsnappingsmogelijkheden. Langdurige beveiliging van de maatschappij is noodzakelijk.”

De rechtbank veroordeelde de verdachte tot dezelfde straf als

10 jaar voor doodslag op kaasboer

beukstraat.jpgUTRECHT – De rechtbank  heeft vandaag een 48-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar voor doodslag. De verdachte heeft de bejaarde kaasboer Kees Witteveen gedood in diens woning aan de Beukstraat in Utrecht.

Motief onbekend
De verdachte heeft in mei 2014 het slachtoffer, met geweld om het leven gebracht. Het slachtoffer bood de verdachte en diens zwangere vriendin onderdak in zijn woning. Wat de verdachte tot zijn daad heeft gebracht, is tijdens de behandeling van de zaak niet duidelijk geworden.

Forensisch onderzoek
In het onderzoek naar de toedracht van het delict had de politie een vuilniszak gevonden. Daarin zat naast de mobiele telefoon van het slachtoffer ook bebloede kleding van de verdachte. Onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut naar het bloed leverde een DNA-profiel op dat matcht met het DNA-profiel van het slachtoffer. De matchkans is volgens het NFI kleiner dan 1 op 1 miljard.

Strafmaat
Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij vaker voor geweldsdelicten is veroordeeld. De verdachte zit sinds februari van dit jaar een celstraf uit van vijf jaar voor een overval op een woning en verboden wapenbezit. Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank daarmee rekening gehouden. De officier van justitie had een gevangenisstraf geëist van dertien jaar.

Doodslag

De officier van justitie had aan de verdachte echter geen moord, maar doodslag ten laste gelegd. Daar is de verdachte nu ook voor veroordeeld. Het juridische verschil is dat er bij doodslag geen sprake is van een van tevoren beraamd plan. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf.

Ook in hoger beroep 8 jaar voor bejaarde die vriendin dood sloeg

arnhem-20130306-00475ARNHEM – Een 81-jarige man uit Hilversum is ook in hoger beroep door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor doodslag op een 74-jarig slachtoffer. Tevens moet hij de nabestaanden van het slachtoffer een schadevergoeding betalen van bijna 12.000 euro.

Bij de rechtbank

In eerste aanleg heeft de officier van justitie gevorderd verdachte wegens doodslag te veroordelen tot een gevangenisstraf van 8 jaar. De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte bij vonnis van 6 februari 2015  wegens doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar. Door verdachte is hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.

Het hoger beroep

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd verdachte wegens doodslag te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren.

Ruzie

De echtgenote van verdachte is in 2013, na een huwelijk van 45 jaar, overleden. Vervolgens ontmoette verdachte het slachtoffer, met wie hij een relatie opbouwde. Op 30 juli 2014 kwam het slachtoffer bij verdachte langs in zijn woning. Verdachte heeft verklaard dat het slachtoffer de relatie wilde beëindigen en dat zij ruzie kregen over het bezoek van de dochter van verdachte.

Wijnfles en mes

Nadat verdachte tegen het slachtoffer heeft gezegd dat hij een einde aan zijn leven wilde maken wanneer zij de relatie zou beëindigen en het slachtoffer vervolgens zei dat hij dat moest doen, heeft verdachte het slachtoffer met een wijnfles op haar hoofd geslagen. Vervolgens heeft verdachte een mes gepakt en haar meermalen met het mes gestoken. Door de patholoog is geconcludeerd dat het overlijden van het slachtoffer kan worden verklaard als gevolg van de steekverwondingen waarbij het slaan met de wijnfles aan het overlijden heeft bijgedragen.

Doodslag

Evenals de rechtbank vindt het hof dat er geen sprake is van voorbedachte raad en daarmee dus ook niet van moord. Het hof acht de doodslag bewezen.

Verminderd dan wel enigszins verminderd toerekeningsvatbaar

De verdachte is onderzocht door een psychiater en een psycholoog. Zij constateerden onder meer dat na het overlijden van zijn vrouw bij verdachte enkele persoonlijkheidskenmerken, zoals krenkbaarheid en een neiging tot afhankelijkheid, lijken te zijn versterkt. De gevoelens van teleurstelling, krenking en woede die hij in de relatie met het slachtoffer heeft ervaren en de manier waarop de relatie werd beëindigd, hebben bij verdachte geleid tot een uit zeer bedreigende gevoelens van krenking, woede en angst voorkomende agressieve impulsdoorbraak. De persoonlijkheidskenmerken hebben een rol gespeeld bij de totstandkoming van het tenlastegelegde. Beide deskundigen hebben geconcludeerd dat verdachte verminderd dan wel enigszins verminderd toerekeningsvatbaar was. Het hof volgt hen hierin.

Strafoplegging

Verdachte heeft het slachtoffer aldus op zeer gewelddadige wijze van het leven beroofd. Hij heeft onbeschrijfelijk veel leed toegebracht aan de kinderen, kleinkinderen en de overige familieleden van het slachtoffer, alsmede aan anderen die haar lief hadden. Het hof heeft tevens de leeftijd van verdachte en zijn medische situatie in ogenschouw genomen en ook het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft. Het hof heeft verdachte, evenals de rechtbank, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar.

Schadevergoeding

De nabestaanden van het slachtoffer hebben als gevolg van het tenlastegelegde materiële schade geleden. De rechtbank heeft de schadevergoeding grotendeels toegewezen. Anders dan de rechtbank, wijst het hof de schadevergoeding geheel toe, inclusief de kosten die in rekening zijn gebracht door de notaris. (rechtbankblog)

Zwakbegaafde verkrachter

officierUTRECHT – Een 44-jarige man uit Odijk hoorde vandaag een voorwaardelijke celstraf van een jaar en verplichte behandeling tegen zich eisen omdat hij in juli van dit jaar een vrouw in zijn woonplaats probeerde te verkrachten. Naar eigen zeggen had hij het voorzien op zijn ex-partner maar had hij de vrouw alleen maar beetgepakt.

De officier van justitie hechtte meer waarde aan de genuanceerde verklaring van het slachtoffer. Op de bewuste dag benaderde hij de vrouw die niets vermoedend op het Jaagpad wandelde, greep haar van achteren vast en riep meermalen “ik wil je neuken”. Hij probeerde haar jas los te maken, pakte een mesje en hield dit bij haar keel. De vrouw wist op de man in te praten en haalde hem over met haar op een bankje te gaan zitten.

Kort daarvoor zag een agent die in zijn vrije tijd zat te vissen, hoe de verdachte achter de vrouw aanging. Hij vertrouwde het niet en besloot te gaan kijken. Hij trof beiden aan op het bankje, de man met het hoofd in de handen, de vrouw met grote schrikogen. De vrouw vertelde hem gelijk wat er was gebeurd, waarop de agent de verdachte aanhield en zijn collega’s belde. Bij de fouillering troffen ze het mes aan. Ook roken ze alcohol. De verdachte erkende bier te hebben gedronken, vijf blikken. Hij kwam uit zijn werk en dacht dat hij zijn ex zag. Hij kan zelf niet goed begrijpen wat hij heeft gedaan.

Op de zitting legde de verdachte wisselende verklaringen af. Hij zou sorry hebben gezegd en niets seksueels of gewelddadigs in de zin te hebben gehad. Hij was wel heel boos geweest toen hij dacht zijn ex te zien. Deels kon hij zich het gebeuren ook niet goed herinneren. Op de vraag van de officier van justitie hoe het nu zat met zijn verklaring enerzijds dat hij het mes niet had opengemaakt en anderzijds dat hij het mes wilde dichtklappen, volgt een grote stilte. Verder wilde hij er niet over praten.

De officier van justitie vond de poging verkrachting bewezen en wees op de grote impact voor het slachtoffer. Hij hield in zijn eis ook rekening met de persoon van de verdachte. De man is zwakbegaafd, verslaafd aan alcohol en wordt als verminderd toerekeningsvatbaar gezien. Sinds zijn aanhouding houdt hij zich aan de voorwaarden, staat positief tegenover behandeling en heeft niet meer gedronken. Omdat het van belang is dat de behandeling nu start, eiste de officier een voorwaardelijke celstraf van een jaar waarvan 17 dagen onvoorwaardelijk, de tijd dat verdachte in voorarrest heeft gezeten, en daarbij een proeftijd van twee jaar. Gedurende de hele periode moet de verdachte de aanwijzingen van deReclassering opvolgen, en moet hij zich houden aan een meldplicht, een behandelverplichting en een drugs-en alcoholverbod. Ook moet de vordering van de benadeelde partij van ongeveer vijfduizend euro worden toegewezen, zowel het immateriële als het materiële deel. De rechtbank doet over twee weken uitspraak.