Hof veroordeelt witgoedverkoper voor oplichting en verduistering

565656ARNHEM – Het gerechtshof veroordeelt witgoedhandelaar M.U. veroordeeld voor de oplichting van klanten en verduistering van de vooruitbetaalde koopsom tot voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. Ook zal hij de benadeelden schadeloos moeten stellen. De feiten dateren uit de jaren 2009 tot en met 2012.

De feiten

De handelaar had indertijd een reparatiebedrijf voor huishoudelijke apparaten onder de naam Arnhemse Witgoed Centrale. Daarvoor kwam hij bij klanten thuis en verkocht hij hun een nieuw apparaat als dat volgens hem niet te repareren was. De koopsom moest steeds vooruit worden betaald. De bestelde apparaten werden echter nooit geleverd en klanten, die informeerden en hun geld terug wilden, werden aan het lijntje gehouden. In 2012 ging de handelaar failliet en bleek al het geld te zijn verdwenen. Er werd geen administratie aangetroffen.

De procedure bij de rechtbank

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk voor het plegen van oplichting van klanten en verduistering van het geld. De rechtbank achtte oplichting niet bewezen, maar wel de verduistering. Daarvoor legde de rechtbank een werkstraf op van 240 uur en een gevangenisstraf van 6 maanden, geheel voorwaardelijk. Ook moest het geld aan de klanten worden terugbetaald.

Het hoger beroep

In hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de verdachte voor verduistering veroordeeld wordt tot dezelfde straf die de rechtbank hem heeft opgelegd.

Het hof acht in vier gevallen oplichting bewezen. Bij die vier klanten heeft verdachte zich niet alleen voorgedaan als een betrouwbare handelspartner, maar gaf hij bovendien in het gesprek met hen een leugenachtige voorstelling van zaken over voordelen, die hij bij zijn leveranciers zou hebben bedongen. Op die manier bracht hij deze klanten ertoe met hem in zee te gaan en de koopprijs vooraf aan hem over te maken. Daarnaast acht het hof de verduistering bewezen van de koopsom, die  veertig andere klanten betaalden voor hun bestelling.

Het hof legt de handelaar evenals de rechtbank een werkstraf op van 240 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf  van 6 maanden. Ook moet hij aan zijn benadeelde klanten hun geld terugbetalen. Bij deze feiten zou in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passen, maar – zo overweegt het hof –  het opleggen daarvan zou wel eens de kans kunnen verkleinen dat verdachte de slachtoffers schadeloos

In hoger beroep eis 7 jaar cel en tbs brandstichtingen in het Gooi

hoger beroepAMSTERDAM – De advocaat generaal eist een gevangenisstraf van 7 jaar en tbs met dwangverpleging tegen een 35-jarige man die wordt verdacht van een reeks brandstichtingen in het Gooi, in de periode 2006-2012. Het ging om natuurbranden, autobranden en branden in woningen.

De verdachte was werkzaam voor de vrijwillige brandweer. In november 2011 startte de politie een grootschalig onderzoek dat op 13 mei 2012 resulteerde in de aanhouding van de man. Tientallen branden zijn in het onderzoek met hem in verband gebracht, in de uiteindelijke tenlastelegging zijn er meer dan tien opgenomen. Van tien daarvan is volgens de advocaat-generaal het bewijs geleverd. De verdachte heeft zeer wisselend verklaard over de verdenkingen, variërend van een gedeeltelijke bekentenis tot een totale ontkenning. Het OM bestrijdt dat de politie tijdens verhoren ongeoorloofde druk op hem zou hebben uitgeoefend.

De rechtbank veroordeelde de verdachte tot 11 jaar cel. De verdachte ging tegen het vonnis van de rechtbank in hoger beroep. In eerste aanleg heeft de man niet willen meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek, waardoor er ook geen inschatting kon worden gemaakt van het gevaar voor herhaling (recidiverisico). In hoger beroep hebben twee gedragsdeskundigen wel een onderzoek naar de geestvermogens van de verdachte kunnen doen. Zij komen tot de conclusie dat de verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis en dat hij verminderd toerekeningsvatbaar is. Beiden schatten het recidiverisico als hoog in en adviseren tot het opleggen van tbs met dwangverpleging. Een hernieuwde observatie in het Pieter Baan Centrum leidde tot andere conclusies. Het OM stelt op basis van het geheel aan rapportages vast dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis, verminderde toerekeningsvatbaarheid en een hoog recidiverisico en heeft het tbs-advies overgenomen.

De verdachte heeft met de brandstichtingen veel onrust veroorzaakt in Laren en omgeving, aldus de advocaat-generaal. Zij noemde het ,,onbegrijpelijk’’ dat juist een brandweerman doelbewust personen en goederen aan gevaar heeft blootgesteld. ,,Verdachte heeft levensbedreigende situaties gecreëerd. Het is niet aan hem te danken dat er geen dodelijk slachtoffers zijn gevallen en dat de bewoners ook geen (ernstig) letsel hebben opgelopen. Dit neemt niet weg dat de gedupeerden en omwonenden de branden als zeer bedreigend en beangstigend hebben ervaren. Door toedoen van de verdachte is ook enorme materiële schade ontstaan, waarbij door adequaat ingrijpen van omstanders en de brandweer erger is voorkomen.

Moord Ton Kuijf vertraging door besmette rechter

ton-kuijf_thumb.jpgZUTPHEN = In de strafzaak rondom de moord op Ton Kuijf in een chalet in Ermelo in maart 2014 heeft de rechtbank op 15 februari 2016 beslist dat de pro forma-zitting van 1 februari 2016 opnieuw gehouden moet worden. Na 1 februari 2016 is namelijk gebleken dat een van de rechters ‘besmet’ is, omdat hij in 2014 als (waarnemend) rechter-commissaris opdracht heeft gegeven voor onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

 

Onderzoekswensen

De zaken van de 4 verdachten zijn op de terechtzitting van 1 februari 2016 pro forma behandeld, waarbij de advocaten van de verdachten hun onderzoekswensen kenbaar hebben gemaakt. De officier van justitie heeft haar standpunt over de onderzoekswensen naar voren gebracht. De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting vervolgens geschorst tot 15 februari 2016 voor het nemen van een tussenbeslissing op die onderzoekswensen.

Waarnemend rechter-commissaris

Maar na schorsing van het onderzoek op 1 februari 2016 merkte de rechtbank op dat in 2014 één van de leden van de rechtbank als rechter-commissaris opdracht heeft gegeven tot onderzoek door het NFI. Die opdracht heeft geleid tot 3 rapporten van achtereenvolgens 8, 9 en 10 oktober 2014. Deze rapporten hebben betrekking op onderzoek naar het stoffelijk overschot van het slachtoffer.
De betrokken rechter, toen werkzaam als rechter-commissaris in Arnhem, heeft in 2014 tijdens de zomervakantieperiode als waarnemer werkzaamheden verricht op het kabinet rechter-commissaris in Zutphen en toen in deze zaak de betreffende opdracht verstrekt.

In artikel 268, lid 2 Wetboek van Strafvordering (Sv) is bepaald dat de rechter die als rechter-commissaris enig onderzoek in de zaak heeft verricht, op straffe van nietigheid, niet deelneemt aan het onderzoek op de terechtzitting.

Handeling niet opgemerkt

Recent is de rechtbank dus gebleken dat de betrokken rechter als zittingsrechter ‘besmet’ is geraakt door het in 2014 als rechter-commissaris nemen van de betreffende beslissing. Dat juist deze rechter die handeling heeft verricht, is door de rechtbank – waaronder de betrokken rechter – niet opgemerkt toen deze plaats nam in de meervoudige kamer die de zaak ter terechtzitting van 1 februari 2016 behandelde. De vorderingen van de officier van justitie tot het verrichten van het betreffende NFI-onderzoek en de daarop door de betrokken rechter gegeven beslissingen bevinden zich niet in het dossier waarover de rechtbank voor de zitting van 1 februari 2016 de beschikking heeft gekregen. De rechtbank heeft de handeling van de betrokken rechter ontdekt doordat zijn naam op het voorblad van de betreffende NFI-rapporten in het eindproces-verbaal staat.

Gevolgen

De rechtbank heeft zich vervolgens gebogen over de vraag of en zo ja welke gevolgen dit heeft voor de behandeling van deze zaak. Het gaat in dit geval niet om handelingen of dwangmiddelen die rechtstreeks betrekking hebben op de persoon van de verdachten zelf, maar om een opdracht aan het NFI voor nader onderzoek aan het stoffelijk overschot.
Naar het oordeel van de rechtbank biedt artikel 268 Sv echter geen ruimte voor de zittingsrechter om de omstandigheden van het geval een rol te doen spelen bij de uitleg en toepassing van deze bepaling.  Er is daarom geen ruimte voor een eventuele relativering van het rechtsgevolg dat de wet aan de hier ontstane situatie verbindt.

Zitting 1 februari 2016 moet over

Dit leidt tot de conclusie dat het onderzoek ter terechtzitting van 1 februari 2016 nietig is geweest. Het onderzoek zoals dat op de zitting van 1 februari 2016 in de zaken heeft plaatsgevonden, zal opnieuw plaats moeten vinden. De voorlopige hechtenis van verdachte J.L.S. loopt ondertussen door. De rechtbank heeft de betrokken rechter inmiddels vervangen en zal de zaken binnen 1 maand opnieuw pro forma behandelen. De advocaten kunnen dan hun onderzoekswensen kenbaar maken.

SERIEVERKRACHTER KRIJGT 16 JAAR VOOR 4 VERKRACHTINGEN

serieverkrachter compositietekeningUTRECHT – De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de 52-jarige verdachte in het onderzoek naar de Utrechtse serieverkrachter tot de maximale gevangenisstraf van zestien jaar. De rechtbank acht de man schuldig aan vier verkrachtingen. Drie verkrachtingen werden gepleegd in 1995, één in 2001.

Onvoorstelbare bruutheid

De rechtbank legde voor deze feiten maximale celstraf op, omdat de man met ‘onvoorstelbare bruutheid’ heeft gehandeld. De rechtbank sprak van verkrachtingen in de ‘meest vergaande zin van het woord’. Hij liet zich niet stoppen terwijl hij wist dat zijn slachtoffers enorme pijn ondervonden. De impact op de slachtoffers, van wie er twee slechts 16 jaar waren, is groot. De slachtofferverklaringen hebben laten zien dat de psychische schade ook na 15 dan wel 20 jaar nog altijd bestaat. Eén van hen is zelfs geëmigreerd, omdat zij zich in Nederland niet meer veilig voelde. De rechtbank woog ook mee dat ten tijde van de gepleegde vier feiten grote angst is ontstaan onder vrouwen in de regio Utrecht.

DNA-bewijs

DNA-bewijs speelde een belangrijke rol in de strafzaak. De rechtbank stelt vast dat in drie van de vier zaken sprake is van is van de sterkst denkbare vorm van DNA-bewijs. In de vierde zaak zijn de DNA-sporen minder sterk, maar acht de rechtbank het, gezien de overige bewijsmiddelen, eveneens bewezen dat het de verdachte is die dat feit heeft gepleegd.

Ander bewijs

Ook de aangiftes van de slachtoffers werden door de rechtbank gebruikt voor het bewijs, evenals het gedrag dat verdachte vertoonde rondDNA-afname. Hij was gestrest en suïcidaal en bezocht op internet pagina’s over zelfmoord, de Utrechtse serieverkrachter, uitkering in detentie en DNA-afname.

Informant

De verklaring tegen een informant – dat verdachte de Utrechtse serieverkrachter zou zijn – gebruikte de rechtbank niet als bewijs. De rechtbank sluit niet uit dat verdachte alleen heeft willen zeggen dat hij degene is die ervan wordt verdacht de Utrechtse serieverkrachter te zijn.

 

8 van Woerden krijgen werkstraf

20150210_144909(0)UTRECHT – De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt acht mannen tot een werkstraf van 120 uur voor openlijk geweld en het medeplegen van bedreiging. Zeven andere verdachten worden veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur voor samenscholing en hebben daarmee bijgedragen aan de grimmige sfeer. De drie overgebleven verdachten zijn vrijgesproken van openlijk geweld en bedreiging.

Relsituatie

Op 9 oktober 2015 is er ‘s avonds bij de noodopvang voor vluchtelingen in Woerden een relsituatie ontstaan die veel angst heeft opgeroepen bij de vluchtelingen, beveiligers en vrijwilligers. Er zijn dranghekken omgegooid en er is met eieren en zeer zwaar vuurwerk richting de beveiligers gegooid. In totaal werden er 18 mannen verdacht van openlijke geweldpleging en bedreiging.

Openlijk geweld en bedreiging

Als er vanuit een groep geweld is gepleegd, betekent dit op zichzelf niet dat iedereen die tot die groep behoort ook strafrechtelijk kan worden veroordeeld voor openlijk geweld. De rechtbank concludeert dat van acht verdachten vastgesteld kan worden dat zij een wezenlijke bijdrage aan het geweld hebben geleverd. Deze acht verdachten worden dan ook veroordeeld voor bedreiging en krijgen een werkstraf opgelegd van 120 uur.

Samenscholing

Voor tien verdachten geldt dat er onvoldoende bewijs is dat zij openlijk geweld hebben gepleegd, of gedreigd hebben met openlijk geweld. De rechtbank oordeelt dat zeven van deze tien verdachten wel hebben bijgedragen aan de grimmige sfeer en veroordeelt deze verdachten wegens samenscholing en legt een werkstraf van 40 uur op.

Schadevergoeding

De acht mannen die veroordeeld zijn voor openlijk geweld en bedreiging moeten samen een schadevergoeding betalen van €2.578,00 aan een beveiliger. Vlakbij de man ontplofte zwaar vuurwerk.

4,5 jaar voor steken in AZC

lelystadLELYSTAD – De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt een 45-jarige asielzoeker uit China tot een gevangenisstraf van 4½ jaar. De man stak op 26 december 2014 in het asielzoekerscentrum in Dronten zijn vrouw en stiefzoon met een mes.

neergestoken

De man pakte na een confrontatie met zijn stiefzoon het mes uit de keuken en bracht vervolgens zijn vrouw en stiefzoon meerdere ernstige steekwonden toe. De rechtbank kwalificeert dit als twee pogingen tot doodslag.

ernstig leed

De verdachte heeft zijn slachtoffers ernstig leed toegebracht. De steekpartij heeft diepe indruk op de stiefzoon gemaakt en hij kampt hij nog steeds met de lichamelijke en psychische gevolgen. Daarnaast zijn de bewoners van het asielzoekerscentrum, die oorlog en geweld in hun eigen land zijn ontvlucht, ongewild getuige geweest van de agressie van de verdachte. Dit heeft tot grote onrust geleid.

De rechtbank legt, conform de eis een gevangenisstraf van 4½ jaar op.