Categorie archief: column

De vrijspraak van week 19 over een slachtoffer dat geen zin had in mediation

utrecht-20130304-004741UTRECHT – De vrijspraak van deze week is eigenlijk een ontslag van alle rechtsvervolging. Voor de verdachte maakt dat niet uit. Het resultaat is in beide gevallen geen straf.

De officier had deze zaak moeten seponeren. De 43-jarige Arie had helemaal niet gedagvaard mogen worden. De feiten hadden niet eens besproken mogen worden. Maar zoals vaak gebeurt, moet de verdediging een  groot deel van de feiten blootgeven om haar zin te krijgen.

principe zaak

Advocate Dieuwke van den Broek heeft erg haar best gedaan. Haar klant Arie is er niet. Hij is zoals iedere normale burger op een doordeweekse dag aan het werk, zegt Van den Broek.  Ze is bang dat het OM er een principe-zaak van gaat maken. Maar dat valt mee.

Twee jaar geleden kreeg Arie in Bunschoten ruzie met een familieleden. Hij deelde flink uit net buiten een cafe.   De familie stapte naar de politie. Het OM maakte er openlijk geweld van. De officier deed een schikkingsvoorstel waar Arie mee akkoord ging. Arie  zou de schade vergoeden en bemiddeling opstarten. Dan zou de officier de zaak seponeren.

Volgens zijn advocate heeft Arie alleen maar schuld bekend om zijn strafblad leeg te houden.

Arie heeft de mediation opgestart maar de tegenpartij had geen belangstelling. Daardoor is de bemiddeling buiten zijn schuld mislukt, zegt zijn advocate. Arie  heeft zich wel aan de voorwaarden gehouden. De zaak moet worden geschrapt.

De officier is het er niet mee eens. De zaak is niet opgelost en daarmee mag Arie nog steeds worden vervolgd.  De officier zal in zijn eis met alle omstandigheden rekening houden. De advocate wijst nog een keer op de tekst van het proces verbaal van de Tom-zitting.

Rechter Krol leest de tekst van het schikkingsvoorstel in zijn uitspraak hardop voor zodat iedereen in de zaal het kan horen. Daarin staat inderdaad letterlijk dat de mediation moet worden opgestart. Daarmee gaat de dagvaarding de prullenbak in. Als de zaak niet twee jaar stil  had gelegen was de uitkomst misschien anders geweest, besluit rechter Krol.

Jurgen Swart/andereverhalenuitderechtbank.nl

De spookrijder spreekt

arnhem-20130306-00475ARNHEM – De 27-jarige David is bij het hoger beroep voor het eerst op de zitting. Daar wordt wel duidelijk dat hij eigenlijk tot ons soort mensen behoort.  Het soort dat af en toe een fout maakt, maar daarom in principe niet naar de gevangenis wordt gestuurd als ze een beetje meewerken met justitie.  En al helemaal niet voor een verkeersdelict. Iedereen en ook iedere rechter begrijpt daar meer van dan van de meeste andere misdaad. Iedereen heeft  wel eens een situatie verkeerd waar een klein foutje fatale gevolgen had kunnen hebben.

A27

David raakte betrokken bij een dodelijk ongeluk op de A27 waar lang onduidelijk was wie de spookrijder was.

Yogaleraar David heeft vanaf de eerste dag niet meegewerkt.  In eerste aanleg Utrecht liet hij verstek gaan.  Daar wordt hij vertegenwoordigd door twee advocates die op ramkoers liggen. Hij komt niet naar de rechtbank omdat hij bang is voor de familie van zijn slachtoffer Bas van den Berg uit Lelystad.

dronken

Die advocaten krijgen veel voor elkaar. Zo verdwijnt het dronken rijden uit de dagvaarding omdat het bloedmonster van David niet goed is verwerkt.  Maar in het belangrijkste deel van hun missie falen ze hopeloos. Het lukt ze niet om David uit de gevangenis te houden.

Ze hadden geen uren durende juridische betogen af te dragen. Vijf minuten schuld bekennen was voldoende geweest om David buiten te houden.

zoontjes

Die familie  geeft weinig aanleiding om bang te zijn. De weduwe met de twee jonge zoontjes van Bas zoekt de media om hun verdriet te delen. Ook bij het hof, ook voor de tweede keer zijn de slachtofferverklaringen  hart verscheurend.  Hij is begraven in zijn trouwpak dat hij nog niet had kunnen dragen. Wij zijn christenen zegt de moeder van Bas. Zij laat het straffen aan God over.

De weduwe kan zich in Arnhem net beheersen. Ze verbastert op een kinderlijke manier de naam van de verdachte. De rechter grijpt in en daar heeft zij ontzag voor.

David H. is logisch gezien de spookrijder. Hij was onderweg van Utrecht naar Amsterdam. Bas van den Berg reed van Lelystad naar Zeist. Hij begon aan zijn werkdag. H. was aan het stappen geweest en had stevig gedronken. op de A27 bij Laren kwamen ze elkaar tegen. Een getuige maakte het verwarrend.  Maar niemand zou er op gokken dat het slachtoffer de spookrijder was. H. houdt vol dat alles wat logisch is,  hoeft niet waar te zijn. Daar heeft hij een punt. Maar het hof en rechtbank zien genoeg bewijs. Als H. zelf een logische verklaring had ingebracht, had hij de rechters aan het denken gezet

H. lokt zelfs de advocaat generaal uit de tent. Die eist ruim meer dan de rechtbank had opgelegd. Het hof vindt een half jaar onvoorwaardelijk passend. David moet naar het gevang. Dat was echt niet gebeurd als David zich schuldbewust had opgesteld. Jurgen Swart/andereverhalenuitderechtbank.nl

Boekpresentatie Ook een Hells Angel wil kerst vieren met zijn kinderen

uitreiking ausma 2

Foto Stad Utrecht

 

1173

Ook een Hells Angel wil met zijn kinderen kerst vieren en honderd andere verhalen uit de rechtbank. Zo heet het tweede boek van rechtbankjournalist Jurgen Swart. De fameuze topadvocaat Willem Jan -vrijspraak van het jaar- Ausma  heeft op 27 november het eerste exemplaar in ontvangst genomen.

Bestel hier

De ene vrijspraak is de andere niet

20140211_160352-ERASER (1)UTRECHT  – Politierechter Ebbens spreekt de 24-jarige Farid vrij. Farid is gefilmd toen hij bij voetbalclub een kleedkamer binnenliep waar hij niets te zoeken had. Uit deze kleedkamer van een jeugdelftal verdwenen vier telefoons.  Farid staat op camera met een telefoon. Farid is een Marokkaan met een strafblad. Kassa zou je denken.

Deze week werd bekend dat tien procent van de zaken een vrijspraak oplevert. Dat is een forse stijging. Het OM reageerde met een persbericht waarin mogelijk oorzaken staan opgesomd. Ik heb deze week twee vrijspraken bijgewoond. Ik was ervan overtuigd dat beide verdachten allebei schuldig waren. Ik ben het eens met de officier die gevangenisstraf eiste. Maar ik begrijp de vrijspraak.

Farid vertelt aan het begin van de zitting dat hij zoets nooit zou doen omdat hij in een proeftijd liep. Hij is een speler van een bezoekende club en hij wist niet direct de weg  in het sportcomplex. Hij zocht een kleedkamer met toilet.

Hij liep dicht langs de jassen volgens de beelden. De jassen bewegen.  De officier vindt het genoeg. Zij eist een maand cel voor de nieuwe diefstal en twee maanden voorwaardelijk uitzitten.

Ik ken genoeg rechters die Farid hierop volkomen terecht veroordelen. Als hij niet naar de zitting was gekomen, was hij zeker veroordeeld. Toch ontspringt Farid de dans dat dankt hij aan zijn advocate Boukje  Molleman die genoeg stukjes in de weegschaal legt om de balans te doen omslaan.

Zij doet haar beklag over de beelden die zijn uitgekeken door een medewerker van de voetbalclub en niet door de politie. Het is op papier onduidelijk uit welke kleedkamer die telefoons zijn gejat. Dat is waar maar er zijn genoeg rechters  die Farid zouden veroordelen.

De advocate biedt toekomstperspectief Farid is inmiddels keurmeester. Hij  heeft de afgelopen anderhalf jaar vier diploma’s autotechniek gehaald. Als hij nu drie maanden moet gaan zitten is het klaar.  Die persoonlijke omstandigheden zaaien net voldoende twijfel

Rechter Ebbens spreekt Farid vrij en hoewel dit ongetwijfeld volkomen onterecht is, is dit voor de maatschappij de beste oplossing.

In dezelfde week spreekt de meervoudige kamer de 50-jarige Djamill. vrij. Zijn nichtje, nu een jonge vrouw van 21 jaar oud, beschuldigt hem van ontucht. Hij zou haar hebben verkracht toen ze 14 was.. Haar tweelingzusje is getuige. Die lag in het stapelbed. De rechtbank vindt de verklaringen van de zusjes teveel uiteen lopen.

Djamill zou zijn veroordeeld als de gevolgen niet zo groot waren geweest. Hij zou moeten worden uitgezet naar Afghanistan en dan zijn de gevolgen van een rechterlijke beslissing heel groot. Dan wordt er wel heel precies gekeken naar het bewijs. Daarvoor was er tegen Djamill, zoals in vrijwel elke zedenzaak, te veel onduidelijk. (rechtbankblog)

Crowdfunding??

bil10ev

Crowdfunding is in. Doe mee met de trend. Grijp uw kans. En beloon de schrijver van dit blog voor zijn hard werk. Geef gul en maak een gift over.

tav Jurgen Swart Journalistiek

ovv andere verhalen uit de rechtbank

NL30 INGB 0004 6114 42

Columnist advocaat Joost Denissen Elektronische detentie zoals Fred Teeven het wil invoeren, is gedoemd te mislukken

 

 

Joost-Denissen

 

 

 

 

Joost Denissen

‘ik ben voorstander van de invoering van elektronische detentie om bij ‘korte’ gevangenisstraffen de negatieve effecten van een verblijf in de gevangenis te ontlopen’.

Columnist Joost Denissen ziet niets in de manier waarop staatssecretaris Fred Teeven elektronisch huisarrest wil invoeren. Denissen vreest dat gestraften thuis met een biertje op de bank eindigen.

On the road

Als strafpleiter met een landelijke praktijk reis je het hele land door om cliënten bij te staan ter zitting en hen te bezoeken. Hoewel de voorgestelde sluiting van een groot aantal penitentiaire instellingen wellicht tot wat minder reizen zal leiden, blijft de prettige bijkomstigheid van een geregeld verblijf in de auto en de daardoor geboden gelegenheid om eens rustig een radio-uitzending te beluisteren.

Interview

Het interview met de Staatsecretaris van Veiligheid en Justitie over zijn Masterplan DJI in het radioprogramma ‘Met het oog op morgen’ op 23 maart 2013 begon sterk, met het voorhouden van een tweetal citaten van deze voormalig officier van justitie:

Thuisdetentie is geen geloofwaardige vervanging van gevangenisstraf.”

“Het vervangen van gevangenisstraf door thuisdetentie is te triest voor woorden.”

Voorstel

Er wordt onder meer een wetswijziging voorgesteld die ziet op een aanpassing van de wijze waarop gevangenisstraffen ten uitvoer kunnen worden gelegd. De bestaande wijze van detentiefasering wordt afgeschaft. Elektronische detentie – als executiemodaliteit – wordt ingevoerd.

Hiermee wordt ingezet op een vermindering van recidive en een forse bezuiniging.

Paradox

Het voorstel om elektronische detentie in te voeren lijkt in eerste instantie tegenstrijdig aan de in het verleden gedane uitspraken van de Staatsecretaris. Immers, hij zegt dat het geen goed idee is. Vervolgens stelt hij voor om het in te voeren.

Bij nadere bestudering van het voorstel blijkt echter dat sprake is van een schijnbare tegenstelling. Teeven is nog steeds geen voorstander van elektronische detentie:

“Ik neem met overtuiging de eerste twee maatregelen; mensen op een arrestantenregime en mensen met zijn tweeën op één cel. En noodgedwongen neem ik de maatregel van elektronische detentie. (…) Die enkelband is een maatregel die ik liever niet genomen had, maar om de bezuinigingen te realiseren ga ik het toch doen.”

Aldus Fred Teeven zelf in een afrondende beschouwing aan het eind van het interview.

Toch voert hij het in. Echter op een wijze die aan de effectiviteit van het voorstel ernstig afbreuk doet. Na bestudering van het Wetsvoorstel, de Memorie van Toelichting en het Masterplan DJI 2013-2018 is het wat mij betreft de vraag hoe vaak in de praktijk elektronische detentie zal kunnen worden toegepast. Mijns inziens worden de gestelde doelen op de voorgestelde wijze onvoldoende nagestreefd.

Detentiefasering

De af te schaffen detentiefasering houdt in – kort gezegd – het geleidelijk toewerken van een gedetineerde naar steeds meer vrijheden. Onderdeel daarvan zijn verschillende vormen van verlof, verschillende vormen van regime en het penitentiair programma.

Elektronisch toezicht

Elektronisch toezicht – dit is iets anders dan elektronische detentie – is vaak onderdeel van het penitentiair programma. Met dit instrument kan er op worden toegezien of de gedetineerde zich op een geboden locatie – zoals het verblijfadres of op het werk – bevindt.

Elektronische detentie

De nieuw in te voeren elektronische detentie kan in de eerste plaats worden toegepast bij (relatief) korte gevangenisstraffen van minder dan 6 maanden.

Daarnaast is voorzien in toepassing van elektronische detentie aansluitend op het deels ondergaan van een gevangenisstraf van meer dan 6 maanden, als deze ten minste voor de helft is ondergaan. In ieder geval kan elektronische detentie nooit langer duren dan 18 maanden.

De rechter kan desgewenst een stokje steken voor elektronische detentie, door in zijn uitspraak aan te geven dat die modaliteit in een specifieke geval niet mag worden toegepast.

Voorstander

Op zichzelf ben ik voorstander van de invoering van elektronische detentie. Immers, die modaliteit biedt de gelegenheid om bij ‘korte’ gevangenisstraffen de negatieve effecten van een detentie te ontlopen. Een en ander met behoud van woning, werk, sociaal netwerk etc. en het uitblijven van een negatieve invloed van detentie.

Het biedt de rechter bovendien de gelegenheid om een straf op te leggen die als tussenvariant zou kunnen gelden tussen een werkstraf en een gevangenisstraf.

Daarnaast biedt het de gelegenheid om aansluitend op het ondergaan van detentie, voorbereid te worden op een (volledige) terugkeer naar de samenleving. Een mogelijkheid die overigens thans al wordt geboden door de detentiefasering in combinatie met elektronisch toezicht.

Abrupte overgang

Door afschaffing van de detentiefasering is van een geleidelijke gewenning aan en een terugkeer naar de samenleving, niet langer sprake. Van een abrupte overgang des te meer. Van de een op de andere dag zal een gedetineerde vanuit de gevangenis terecht komen in een situatie met veel meer vrijheid.

Noch in de Memorie van Toelichting, noch in het Masterplan wordt hieraan enige overweging gewijd. Mijns inziens zou het terugdringen van recidive gediend zijn met het behoud van de detentiefasering althans enige vorm daarvan en meer integratie daarvan met de modaliteit elektronische detentie.

Voorwaarden

Het Wetsvoorstel voorziet in een aantal voorwaarden waaronder elektronische detentie kan worden toegepast. Bijvoorbeeld gedetineerden zonder geldige verblijfstatus of een geldig identiteitsbewijs zullen worden uitgesloten van deelname aan elektronische detentie. Is er rekening mee gehouden dat met de strafbaarstelling van illegalen, een toename zal plaatsvinden van juist deze groep gedetineerden?

Voorts dient men te beschikken over een vast en aanvaardbaar verblijfadres. Ervaringen met de aanvraag van verlof en elektronisch toezicht leren dat een geschikt adres niet zonder meer voorhanden is. Met grote regelmaat wordt het verblijfadres dat men voor ogen had om uiteenlopende reden ongeschikt geacht.

Daarnaast zullen bij de beoordeling van de geschiktheid voor deelname aan elektronische detentie de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke risico’s worden meegenomen. Daarbij wordt acht geslagen op de criminele en justitiële – interessant onderscheid – voorgeschiedenis van de veroordeelde en psychische gesteldheid of verslaving. Een en ander zal zien op een niet onaanzienlijk deel van de detentiepopulatie.

Uitsluiting

Het voorstel neemt als uitgangspunt dat elektronisch detentie alleen is bedoeld voor gemotiveerde gedetineerden. Vrijheden moeten met goed gedrag worden verdiend. Gelet op het voorgaande worden echter bepaalde groepen gedetineerden reeds op voorhand uitgesloten. Ongeacht motivatie of gedrag.

Arbeid

Er zullen nadere regels gesteld worden in verband met de mogelijkheid van toepassing van elektronisch detentie. Onder meer met betrekking tot het werken tijdens de deelname aan elektronische detentie. In de Memorie van Toelichting of het Masterplan DJI 2013-2018 wordt niet concreet geduid hoe deze regels zullen luiden. Afgaand op de woorden van de staatsecretaris zullen dit strenge regels zijn. De vraag is in hoeverre gedetineerden in staat zullen zijn om te voldoen aan die regels.

In zijn bezuinigingsdrift, die met name het gevolg is van de economische crisis, gaat de staatssecretaris er kennelijk aan voorbij dat sprake is van een dergelijke crisis. De banen liggen niet voor het oprapen. Juist gedetineerden horen helaas vaak tot die groep die extra moeite ondervindt bij het vinden van werk. In de Memorie van Toelichting wordt hierover slechts kort gesteld dat het voornemen bestaat om gedetineerden zonder dienstverband waar mogelijk in te zetten voor werkzaamheden die ten nutte komen aan de maatschappij, zoals het onderhoud aan overheidsgebouwen en monument. Dit deed mij denken aan de minder elektronische voorloper van de enkelband.

clip_image002

Hoe aan een en ander concreet vorm zal worden gegeven en in hoeverre vraag en aanbod op elkaar zullen zijn afgestemd blijft onduidelijk.

 

Uitval

Hier uit zich met name het gebrek aan overtuiging bij de Staatsecretaris. In het Masterplan wordt uitgegaan van een uitvalpercentrage van 10%. Gelet op het voorgaande zou ik de staatssecretaris willen adviseren om na te gaan, of dat uitvalpercentage als gevolg van door hem te stellen voorwaarden aan elektronische detentie wel reëel is. Dat percentage zou wel eens veel hoger kunnen liggen. De voorgestelde bezuinigingen zullen dan niet worden bereikt.

Alternatieven

Vanuit het perspectief van recidivebeperking is het overigens opvallend te noemen dat in het voorstel niet is voorzien in een alternatieve vorm van afdoening noch begeleiding voor diegenen die uiteindelijk niet in aanmerking komen voor elektronisch detentie, terwijl de detentiefasering in het geheel wordt afgeschaft.

Capaciteit

Dit gegeven in combinatie met andere voornemens van de regering doet de vraag rijzen of er na de voorgestelde sluiting van al die gevangenissen nog wel voldoende capaciteit over is voor de huisvesting van deze gedetineerden. Zo is aangekondigd dat er naar zal worden gestreefd om opgelegde gevangenisstraffen vaker en sneller daadwerkelijk ten uitvoer te leggen. Daarnaast wordt het wenselijk geacht dat bij een veroordeling de opgelegde gevangenisstraf direct ten uitvoer wordt gelegd, ondanks hoger beroep waardoor de uitspraak van de rechter nog niet definitief is.

Voor je het weet zitten veroordeelden, bij gebrek aan capaciteit, gewoon lekker thuis met een biertje op de bank.

Proost!

Joost Denissen is advocaat in Utrecht bij Louwerse & Veen Advocaten en gespecialiseerd in de behandeling van strafzaken en detentiezaken. Hij is ook bestuurslid van de vereniging van jonge Nederlandse strafrechtadvocaten. (NVJSA). Denissen verdedigt een van de verdachten van de moord op Bart Nelson.

Donatie

euroLeest u graag de verhalen op deze blog? De productie van deze blog gaat niet zonder kosten. U kunt uw waardering laten blijken met een donatie. Stort een klein -of groot- geldbedrag op mijn bankrekening.

4611442 ING

tav Jurgen Swart Journalist.ovv andereverhalenuitderechtbank.nl

Columnist advocaat Maarten Meulemeesters noemt de nieuwe wet processtukken een valse belofte

maartenmeulemeesters

door Maarten Meulemeesters

Het Openbaar Ministerie kan mijn briefjes straffeloos blijven negeren

De nieuwe wet processtukken: een valse belofte!

Per 1 januari 2013 is de veelbelovende wet processtukken in strafzaken in werking getreden. Uiteraard hadden we al een artikeltje in het wetboek van strafvordering dat hierop leek, maar deze wet lijkt écht beter. De verdachte -en daarmee ook zijn advocaat- kan nu al in het voorbereidend onderzoek kennisnemen van bepaalde processtukken door een verzoek te richten aan de officier van justitie. Dit recht komt hem in elk geval toe vanaf het eerste verhoor na aanhouding.

hamer

Ik wil aan de hand van twee voorbeeldjes beschrijven hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Een voorbeeld van vóór de invoering van de wet processtukken en één van na de invoering.

Ergens halverwege 2012 bezocht ik mijn cliënt op het politiebureau. Hij was aangehouden op verdenking van mishandeling en bedreiging. Mijn cliënt was de eindeloze geluidsoverlast van zijn buren zo zat dat het hem raadzaam leek om zijn betoog wat kracht bij te zetten met een hamer. Echt veel indruk maakte het niet, omdat zijn kop-grotere buurman al snel de hamer uit zijn handen had gepakt en de tegenaanval had ingezet. Resultaat: een cliënt met een gat in zijn hoofd.

In feite waren de rollen dus omgedraaid: de dader was het slachtoffer geworden. Mijn cliënt komt mogelijk een beroep op zelfverdediging toe. Het lijkt mij daarom nodig om in een zo vroeg mogelijk stadium de buurman als getuige te horen. Maar niet voordat ik de aangifte en eventuele andere verklaringen heb gelezen!

getuigen

Op 18 juli 2012 diende ik een verzoek om getuigen te horen bij de rechter-commissaris in inclusief het verzoek om de processtukken te verkrijgen. Ik kreeg een ontvangstbevestiging terug. Op 9 augustus heb ik een rappel gestuurd of er al een beslissing op mijn verzoek was genomen. Het bleef windstil.

Na verschillende malen gebeld te hebben stuurde ik op 5 december nog maar eens een rappel. Op 19 december kwam het verlossende antwoord: de officier van justitie heeft de stukken laten archiveren. “Indien het definitieve proces-verbaal van de politie gereed is en de officier van justitie heeft een beslissing genomen kunt u t.z.t. opnieuw een verzoek indienen bij de rechter-commissaris.” Het verzoek werd afgewezen. Daag processtukken! Daag effectieve verdediging!

Wet Processtukken

Godzijdank is er nu de Wet Processtukken. Eind januari bezocht ik een cliënt, verdacht van het exploiteren van een hennepkwekerij. Met goede hoop zond ik op 31 januari een verzoek naar de officier van justitie om kennisneming van de processtukken. Voor de liefhebber: artikel 30 lid 1 Wetboek van Strafvordering.

De reactie was een teleurstellende standaardbrief (gedateerd 18 februari 2013). Het vakje dat was aangekruist werd gevolgd door de tekst: “De door u genoemde zaak is bij het Openbaar Ministerie niet bekend.” Zonde. Op naar lid 2 van artikel 30! Want de rechter-commissaris kan, indien de officier kennelijk weigert om kennisneming te verlenen, een termijn stellen waarbinnen dit alsnog moet gebeuren. Op 20 februari vroeg ik dit dan maar. Ik wacht eigenlijk – ondanks diverse rappels – nog steeds op antwoord…

algemene bekendheid

Maar alvast anticiperend op mijn opnieuw teleurstellende antwoord: goed, stel je voor, ik krijg mijn termijn. De officier moet bijvoorbeeld binnen twee weken de processtukken verstrekken. Wat gebeurt er als hij het niet doet? De wet voorziet namelijk op geen enkele manier in adequate rechtsgevolgen.

Het Openbaar Ministerie kan mijn briefjes straffeloos blijven negeren. Intussen tikt de klok door. Het is een feit van algemene bekendheid dat het geheugen van mensen naarmate de tijd vordert achteruit gaat. Er is dus soms een groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium inzicht in de verdenking te krijgen en aan de verdediging te beginnen. Hier zou de wet processtukken aan moeten bijdragen! Maar kennelijk zijn er geen maatregelen genomen bij het OM en de politie om tegemoet de komen aan de bedoeling van de wetgever. Kortom, een valse belofte!

Ik ben benieuwd naar de ervaringen van mijn confrères en collega’s en nodig ze uit om te reageren op mijn column.

Maarten Meulemeesters is advocaat bij Van Boom Advocaten in Utrecht. Meulemeesters stond dit jaar onder meer een van de Roemeense ecortkillers bij en ook Mohamed K., bekend van de Breukhovense kluisroof.